Terug naar huis

   Els kleedde zich om. Een half uur later kwam haar man in het ziekenhuis aan. “Hoe voel je je?” “Best goed” zei Els. “Een beetje moe. Dat is alles.” Ze pakte haar spullen bij elkaar. Wat tijdschriften, een pyama en haar tas. Daarna zei ze de oude, lieve dame gedag en schoffelde naar buiten. Eerst met de lift een verdieping naar beneden en dan langzaam richting de parkeerplaats. Zoals altijd was het stikdruk op de veel te krappe parkeerplaats. Het ziekenhuis was te klein geworden voor de vele patiënten in de regio. Dat was ook de reden dat er een nieuw ziekenhuis kwam in haar eigen woonplaats. Precies tussen de twee bestaande regioziekenhuizen in. Bijna in de achtertuin van haar ouders. Wat was ze boos geweest toen ze hoorde dat ze het mooie landelijke gebied waar ze was opgegroeid hadden verkozen voor de nieuwbouw van het ziekenhuis. Veel van haar oude buren moesten een nieuwe woonplek zoeken. En dat terwijl er twee kilometer verderop een veel geschiktere locatie was, waar minder huizen stonden en dus bijna niemand uitgekocht hoefde te worden. Ze had er een stuk aan gewijd in de plaatselijke krant en getracht de gemeenteraad op andere gedachten te brengen door aan te tonen dat die andere locatie zeker zo groot was als de huidige. Helaas zonder resultaat. Het nieuwe ziekenhuis moest koste wat kost in haar oude buurtje komen. “Waar denk je aan?”, vroeg haar man. “Aan de nieuwbouw van het ziekenhuis”, zei ze. “Hoe je het ook wendt of keert, een nieuw ziekenhuis is wel nodig. De parkeerplaats kan van het huidige ziekenhuis kan de druk niet meer aan en de kamers zijn behoorlijk sleets en aan de kleine kant”. Zo kletsten ze wat verder om de tijd in de auto te doden en het niet de hele tijd over kinderen en miskramen te moeten hebben. De rit leek langer te zijn dan de vijfentwintig minuten die hij eigenlijk duurde. Ze voelde de vermoeidheid ook snel toenemen. Alle adrenaline was nu verdwenen en haar ogen werden zwaar. Ze was dan ook blij dat ze het huis eindelijk zag opdoemen. Thuis gekomen begroette ze de katten, kuste haar man en bekeek het kaartje dat ze had gekregen van haar collega’s die de afgelopen weken zo met haar meegeleefd hadden. Erg lief dat ze daar aan gedacht hadden. Ze bofte toch maar met die warmte en hoopte vurig dat dat na de fusie ook nog zo zou blijven.

   Begin december hadden ze op het werk een leuk ‘Sinterklaascadeautje’ gekregen. Haar fijne bedrijfsonderdeel waar ze nu bijna zeven jaar met plezier werkte, ging fuseren met een soortgelijk bedrijf in Amsterdam. Ze was al bang geworden voor dit soort fratsen toen het concern eerder dat jaar een beursgenoteerd bedrijf was geworden. Els werkte in Den Bosch. Een groot deel van het bedrijf waar haar bedrijfsonderdeel onder viel, was gevestigd in Utrecht. Ze had al snel één en één opgeteld en bedacht dat die fusie waarschijnlijk wel een verhuizing naar Utrecht met zich mee zou brengen. En inderdaad. Dat was ook wat ze die beruchte Sinterklaasochtend te horen hadden gekregen. Van haar huis naar Den Bosch was het ongeveer drie kwartier in de spits en de reistijd van Den Bosch naar Utrecht zou wel ongeveer hetzelfde zijn. Anderhalf uur heen en anderhalf uur terug. Dat was een reistijd van drie uur per dag. Dat was nauwelijks een serieuze overweging waard. Gelukkig kreeg ze het eerste jaar een reistijdcompensatie van een uur per dag en gingen binnen het bedrijf stemmen op voor ‘Het Nieuwe Werken’. Dus ze had even de tijd om erover na te denken. Ze had het met haar man zelfs al serieus gehad over verhuizing  naar Den Bosch of Zaltbommel en op sites met actueel woningaanbod had ze al een zoekopdracht aangemaakt voor een passend huis. En toen was ze zwanger geraakt en zou ze eind augustus met verlof gaan. Dat kwam goed uit. Misschien dacht ze na de bevalling wel heel anders over haar werk en wilde ze liever bij de baby blijven. Alhoewel ze ook wel van zichzelf wist dat ze niet het type was voor een fulltime moederschap. Maar je wist maar nooit. Wetende dat ze in september geen moeder zou worden, begon ze weer te twijfelen aan verhuizen of ander werk zoeken. Maar dat gepieker had geen zin. Eerst moest ze afwachten of de nieuwe werkomgeving wel beviel en ze had ook het gevoel dat er nog wat stond te gebeuren, waardoor het besluit uiteindelijk als vanzelf kwam. Niet de miskraam, die was te vroeg. Dat was het niet. Het was meer iets wat  later in het jaar zou voorvallen. Ze kon er de vinger niet goed opleggen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s