De verkoeverkamer

Ze werd wakker in de verkoeverkamer. De verplegers in de kamer waren grappen aan het maken. Er heerstte een ontspannen sfeer. Voor zover dat mogelijk was in de witte, kille ruimte met brommende en piepende machines. Het laatste wat ze zich herinnerde, was de narcosevloeistof die via een infuus vanuit haar onderarm naar boven liep. Een brandende pijn die, net toen het ondraaglijk begon te worden, overging in een diepe rust. Een toestand van een diep niet-zijn. Het was het ‘not to be’ van William Shakespeare. Geen dromen, geen pijn… helemaal niets. Ze had zich een beetje gegeneerd gevoeld in haar kille naaktheid onder de blauwe operatiejurk. Liggend op het operatiebed. De benen gespreid over de beugels. De wetenschap dat de gynaecoloog daar zo meteen zat te wroeten in haar meest private domein. Nee, dan was zo’n narcose toch wel erg welkom. In het niet-zijn was er geen ruimte voor schaamte. Geen aandacht voor de wroetende handen,  de felle operatielamp, de komende leegte en de artsen met groene jassen en mondkapjes.

   Het bloeden en de kramp was enkele weken geleden begonnen. Ze had precies vijf dagen van haar zwangerschap kunnen genieten. Een gevoel van trots. ’s Avonds stralend in bed, denkend aan hoe haar buik op zou zwellen tot een enorme harde ballon om in september een klein mensje voort te brengen dat ze van alles zou gaan leren, zou knuffelen, de kleine armpjes stevig om haar nek, het warme lijfje tegen haar aan. Fantaserend. Tot die ene maandagavond. Een gevoel van menstruatiepijn. Lichte krampen. Het eerste veegje bloed. Teleurgesteld was ze naar haar man gelopen die in de garage aan het klussen was. Ze wist dat het niet goed was. Zoiets voelt een moeder. Zelfs in dit prille stadium. Haar man vond het jammer, vooral voor haar. Hij moest nog wennen aan het idee om vader te worden en het was allemaal nog zo pril.

   De volgende dag leek alles weer in orde en was ze gewoon naar haar werk gegaan. Ze had haar collega’s verteld wat er aan de hand was. Iedereen was meelevend, maar ook positief. “Nee joh! Zo’n dingen gebeuren weleens. Misschien is er wel niets aan de hand.” Verhalen over vriendinnen en vage kennissen die ook zoiets hadden meegemaakt, maar gewoon een gezond kindje ter wereld hadden gebracht. Maar haar moederinstinct had haar niet in de steek gelaten. Bij de echo bleek het vruchtje niet meer te leven. Het was toch nog iets meer dan zeven weken geworden. Ondanks dat het bloeden al bij vijf weken begon. Het was 2 februari, haar vaders verjaardag. Die avond vertelde ze haar ouders van haar prille zwangerschap die helaas niet mocht zijn. Het kleine Boontje was niet meer in leven. Er was teleurstelling, maar ze was ook nuchter. Dit soort dingen gebeurden nou eenmaal. Het hoefde niets te betekenen. Het was erg jammer, maar er kwamen nieuwe kansen. Dat wist ze zeker.

    Een curretage. Ze had er tot voor kort nooit van gehoord. Denkend dat een miskraam altijd via een soort hevige menstruatie kwam. Haar lichaam had dat ook wel geprobeerd, maar het Boontje bleef stevig zitten. En zo kwam het dat ze zich die woensdagochtend in de vroege uren met haar man meldde bij de afdeling gynaecologie van het lokale ziekenhuis. De dag ervoor hadden er gesprekken plaatsgevonden met een verpleegkundige, anesthesist en de gynaecoloog en was ze voorbereid op wat komen ging. De verpleegkundige was erg meelevend geweest. Misgelopen zwangerschappen bleken een delicate kwestie. Vooral bij vrouwen, zo was haar opgevallen.  

   Ze werd naar de verpleegafdeling gereden. Waarschijnlijk was ze toch weer even in slaap gevallen, want ze kon zich niets meer herinneren van de rit door het ziekenhuis. Toen ze wakker werd, lag ze op een tweepersoonskamer. In het bed naast haar lag een oudere vrouw. Ze schatte haar een jaar of vijfenzeventig. De vrouw zat rechtop in bed door een tijdschrift te bladeren. Een Margriet zo te zien. Door het raam links van haar, kon ze de grauwe, grijze lucht zien. Een sombere februaridag. Februari, de maand waarop bij velen het lentegevoel alweer begon aan te wakkeren, terwijl je ook wel wist dat het toch nog een kwestie van lange adem was voordat de Lente echt haar intrede zou doen. De zon deed haar best zich een weg te branden door het wolkendek. Haar stralen om zich heen werpend als een gouden hoofdtooi van een lang vergeten god. Maar het resultaat was bedroevend. Af en toe verscheen ze als een vaag lichtje in de verder grijze lucht. Dat pastte wel bij de sfeer die in de ziekenhuiskamer hing. Els voelde zich net als dat vale zonnetje. Mislukt in haar intenties.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s